Maaimachines
Maaimachines maaien het gras volgens een twee verschillende methodes. De eerste methode is het gras te vangen tussen een vast en bewegend maaiblad. Maaiers die ze methode volgen heten messenkooimaaiers. De andere methode bestaat uit een blad dat evenwijdig aan het gazon draait en maait. Maaiers die op die manier werken, worden cirkelmaaiers genoemd. Moderne cirkelmaaiers maaien netjes en hebben het voordeel dat ze gras van elke hoogte kunnen maaien. Cirkelmaaiers kunnen ook al mulchmaaier zijn uitgevoerd of met een speciale messenset daarvoor worden omgebouwd.
Maaibreedte belangrijk
Een belangrijk punt bij het aanschaffen van een maaimachine is de maaibreedte van de machine, omdat de tijd die nodig is om een bepaald stuk te maaien, afhangt van die maaibreedte. Meetal is een breedte van 30 tot 35 cm geschikt voor kleine gazons. Als vuistregel moet het ongeveer 30 minuten kosten om 450 m2 te maaien en met een maaibreedte van 30 cm, 900 m2 met 45 cm breedte of 1400m2 met een 60 cm maaibreedte.
Messenkooimaaiers
Deze hebben een aantal smalle, spiraalvormige messenbladen die om een centrale as zitten. als de messen draaien, wordt het gras gevangen tussen de roterende messen en de vaste onderkant en als door een schaar afgesneden. Hoe fijn wordt gemaaid, hangt af van het aantal messen in de kooi en overbrenging. Het aantal messen varieert van 3 tot 12, afhankelijk van de afmetingen en het type van de machine. Hoe groter het aantal messen, des ter meer sneden per meter. Zo geeft een machine met vier messen 30-40 sneden per meter, terwijl 12 messen 140-150 sneden per meter geven.
Het is van belang messenkooimaaiers periodiek te controleren om er zeker van te zijn dat de messen op de juiste wijze tegenover de onderbalk of het ondermes zijn gesteld. Doe dit door een stukje papier tussen de messen en de vast onderbalk of het ondermes zijn gesteld. Doe dit door een stukje papier tussen de messen en de vaste onderhoudbalk te houden. Draai dan de cilinder met de hand. Als de messen goed zijn afgesteld zal het papier over lang het mes glad worden doorgesneden. Als dat niet gebeurt, moet u of de messenkooi of de onderbalk nieuw afstellen.
De verschillende type messenkooimaaiers worden hieronder besproken.
Handmaaiers meestal een snijkooi van 30-35 cm breed. De eenvoudigste en goedkoopste hebben wielen opzij en geen voorrol. Deze moddellen zijn goed voor het maaien van nieuwe gazons en lang gras en om kruipend onkruid en kweek te bestrijden. Ze hebben echter een aantal nadelen. De wielen kunnen in het gazon zakken als het nat is. Het is moeilijk de rand van het gazon te maaien en het gras dicht langs obstakels te maaien als er vooraan een opvangbak zit. Er zijn ook modellen met de opvangbak achteraan te krijgen, maar die zijn moeilijk om mee te manoeuvreren en de bak vangt niet zoveel op als de bak vooraan.
Er zijn ook modellen in de handel, waarvan de messenkooi wordt aangedreven door een grote, achterop gemonteerde roller. Deze geven een mooi streeppatroon met wisselende vleug. Omdat het machinegewicht over de hele lengte van de roller is verdeeld, kunt u ermee tot de rand van het gazon maaien.
Machines met benzinemotor zijn zwaarder dan de handmachines, maar het maaien gaat veel gemakkelijker. Voor grotere gazons heeft u echt wel een motormaaier nodig. De breedte van maaier loopt van 25-90 cm en u kunt de grote machines ook met een zitplaats krijgen (zitmaaier). Er verschijnen steeds meer modieuze zitmaaiers, zelfs met zeer sportieve uitstraling, die het werk plezierig houden. Bepaalde modellen kooimaaiers met motor hebben geribbelde achter rol, waardoor zij bij nat weer meer greep op de grond hebben.
Op het lichtnet aangesloten elektrische maaiers hebben krachtige elektromotoren en zijn meestal klein. Bij sommige machines drijft de motor zowel bij de wielen als de messen aan. Bij andere alleen de wielen. Zij hebben meestal een kooibreedte van 30-35 cm.
Deze machines zijn licht in gebruik, maar vragen een goed bereikbaar geaard stopcontact. Let erop dat de kabel lang genoeg moet zijn om alle hoeken te bereiken. Het is van belang een goed maaipatroon te ontwikkelen, omdat u dan de kabel niet zo vaak hoeft te verleggen. Zet altijd de motor stil en trek de kabel uit het stopcontact voor u de messen schoonmaakt of bijstelt. Deze laatste punten gelden uiteraard ook voor cirkelmaaiers.
Accumachines hebben een elektromotor die door een herlaadbare accu wordt gevoed. Het zijn zware machines, maar makkelijk in het gebruik. Het oppervlak dat u ermee kunt maaien is afhankelijk van de capaciteit van de accu en de maaibreedte van de machine. Voor u zo'n maaier koopt, moet u het oppervlak van het gazon berekenen en dat verlijken met de cijfers die de fabrikant geeft over de capaciteit, om te weten of u met eenmaal opladen van de accu het hele gazon kunt maaien. Sommige modellen hebben een ingebouwde gelijkrichter voor het opladen, bij andere moet een losse gelijkrichter worden gebruikt. Vergeet niet de accucellen geregeld bij te vullen met gedistilleerd water als het type dat nodig heeft en de accu na gebruik direct weer op te laden.
Cirkelmaaiers
Cirkelmaaiers hebben een snaaimechanisme dat onder een beschermkap met grote snelheid ronddraait. Het is of een balk met messcherpe randen of een plaat met twee of vier kleine messen, die of vast of beweegbaar zijn. Sommige machines werken niet met messen, maar met nylondraad, die snel ronddraaiend het snijwerk doet.
Cirkelmaaiers kunnen gevaarlijk zijn als u ze niet op de juiste wijze gebruikt. Schakel altijd de motor uit en trek de kabel uit het stopcontact voor u de messen aanraakt. Haal altijd stenen en rommel weg voor het maaien en laat de machine nooit met lopende motor alleen.
Alle cirkelmaaiers hebben een verbrandingsmotor of een op het lichtnet aangesloten elektromotor of het zijn accumaaiers. De verschillende types worden hieronder besproken.
Cirkelmaaiers met benzinemotor hebben meestal een maaibreedte van 25-50 cm. Grotere modellen hebben een zitplaats. Deze geven een maaibreedte van 125 cm of soms zelfs meer bij professionele apparaten. De meeste grote modellen worden aangedreven via de achterwielen, maar er zijn ook die voorwiel- of achterrolaandrijving hebben. Deze laatste geven het baneneffect bij cirkelmaaiers. De meeste cirkelmaaiers met benzinemotor hebben gras- opvangbakken. Deze zitten meestal achteraan. Sommige machines vormen bij het maaien een sterk vacuüm. Hierdoor wordt het gras opgelicht en beter afgemaaid. Ook wordt rommel van onder de bladeren weggezogen en in de opvangbak geblazen.
Op het lichtnet aangesloten cirkelmaaiers en accumaaiers werken motorisch (niet wat het maaisysteem betreft) volgens dezelfde principes als de elektrische messenkooimaaiers en hebben dezelfde voor- en nadelen. Er zijn verschillende typen verkrijgbaar met maaibreedtes tot 46 cm. Er zijn ook machines die via een achterrol worden aangedreven en met automatisch op- en afrollende kabel, allerlei regelelektronica, vangbakken al dan niet met vulindicator enz. enz.
Luchtkussenmaaiers hebben onder de krukas een turbinewiel dat in het midden lucht aanzuigt en deze naar de rand van het maaihuis perst, waardoor de machine iets boven de grond op een dragende luchtring 'drijft'. Ze zijn ideaal voor het maaien van taluds en licht en gemakkelijk op te bergen. De nadelen van deze machines zijn dat ze moeilijk te verplaatsen zijn als de motor niet loopt (daarom hebben ze soms toch een wielrol) en dat ze het afgemaaide gras niet opvangen. Dit wordt echter heel fijn gemaakt (mulchmaaien), zodat men het kan laten liggen. Ze worden aangedreven door een benzinemotor of hebben een elektromotor. Sommige luchtkussenmaaiers gaan bij geregeld gebruik maar twee of drie jaar mee.
Op de moderne maaimachines zijn veilige machinebediening (met twee handen) en een noodstopinrichting meestal standaard om ongelukken te voorkomen. Verder zult u er tal van technische snufjes op kunnen aantreffen die het werkgemak en het onderhoudsgemak sterk bevorderen. Maar één ding blijft: u zult na iedere maaibeurt de machine moeten schoonmaken om aankoeken van grasresten te voorkomen.
Robotmaaiers
Dit is een ontwikkeling die het maaien volledig automatiseert. Het zijn maaiers die binnen een afgezet veld (dat kan zowel met draden als sensoren worden gerealiseerd) voortdurend heen en weer rijden en tijdens het rijden het gras maaien waar ze overheen gaan. De meeste robotmaaiers zijn mulchmaaiers. De koers die ze nemen is volledig onvoorspelbaar. Het zijn veelal elektrische machines met een niet al te groot vermogen die op zonne-energie werken. Doordat ze voortdurend als een soort grote kevers over het grasveld darren, kunnen ze dat toch aardig bijhouden.
Afstellen van de maaihoogte
Bij de meeste messenkooimaaiers gebeurt dit door het afstellen van de voorroller. Om de maaihoogte te controleren wordt de maaier op een hoog oppervlak gezet. Leg een rechte lat tegen de onderkant van de voor- en achterroller en meet de afstand tussen de lat en het vaste ondermes. Deze afstand is gelijk aan de maaihoogte. Bij het veranderen van de maaihoogte wordt een vast verstelbaar meetinstrument gebruikt om nauwkeurig te kunnen werken. Cirkelmaaiers worden afgesteld door het hoger of lager stellen van de wielen. Dit gebeurt meestal door eenvoudige hefboomwerking of door het op en neer bewegen van de draaiende schijf aan zijn as. Luchtkussenmaaiers worden afgesteld door het variëren van het aantal afstandhouders tussen het turbinewiel en de messenbalk.






